Alexander Shulgin

Uit DHPedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Alexander Shulgin

Alexander "Sasha" Shulgin is een van de bekendste wetenschappers op het gebied van drugsonderzoek en drugsontwikkeling. Hij werd op 17 Juni 1925 geboren in Berkeley, California, en is van russisch-amerikaanse afkomst.

Shulgin is vooral bekend doordat hij MDMA populair heeft gemaakt in de jaren '70 en het grondwerk heeft verricht om het te gebruiken als therapeutisch middel voor de behandeling van depressie en PTSD. Na zijn "herintroductie" van MDMA (het werd in 1912 al gesythetiseerd door Merck als bijproduct bij onderzoek naar bloedingen, maar er was daarna weinig interesse voor), heeft hij vele jaren gewerkt aan de ontwikkeling van ruim 230 verschillende psychoactieve middelen.

Uit de enorme verzameling van boeken en publicaties van zijn hand springen twee werken naar voren: De boeken "PiHKAL" en "TiHKAL", in welke hij samen met zijn vrouw Ann Shulgin de ontdekking, synthese en bioassaying van honderden psychoactieve stoffen omschrijft.


Biografie / Professionele Carrière

Studie en U.S. Navy

Alexander Shulgin begon met een studie organische chemie aan Harvard. Op 19-jarige leeftijd stopte hij daar voortijdig mee om vervolgens te gaan werken bij de amerikaanse marine, waar hij geinteresseerd raakte in farmacologie. Gedurende een deel van de tweede wereldoorlog bleef hij bij de marine, maar daarna wilde hij zijn studie afmaken en ging naar de Universiteit van Californië in Berkeley. Daar haalde hij zijn Ph.D. in Biochemie.

In de jaren '50 deed Alexander Shulgin post-doctoraal werk in de psychiatrie en farmocologie op de Universiteit van Californië te San Francisco. Hij werkte een korte periode bij Bio-Rad Laboratories als Leidinggevend Wetenschapper, waarna hij naar Dow Chemical Company vertrok.

Dow Chemical Company

Bij Dow Chemical raakte shulgin bekend met het psychoactieve Mescaline, een middel wat al honderden jaren door indianen wordt gebruikt in de vorm van Peyote en San Pedro cactussen. Bij Dow Chemical had shulgin echter de beschikking over gesynthetiseerde pure mescaline, welke hij in een dosis van 350-400mg tot zich nam. Deze ervaring deed hem nadenken over de werking van het brein en de werking van psychoactieve middelen:

 "Everything I saw and thought had been brought about by a fraction of a gram of a white solid, 
 but in no way whatsoever could it be argued that these memories had been contained within the white solid... 
 I understood that our entire universe is contained in the mind and the spirit. 
 We may choose not to find access to it, we may even deny its existence, but it is indeed there inside us, 
 and there are chemicals that can catalyze its availability."

Vrij vertaald:

 "Alles wat ik zag en dacht werd teweeggebracht door een fractie van een gram van een witte vaste stof,
 maar op geen enkele manier zou men kunnen beargumenteren dat deze herinneringen in de witte stof aanwezig waren.
 Ik besefte me dat de geest het hele universum bevatte.
 Misschien kiezen we er niet voor om onszelf toegang er toe te verschaffen, misschien ontkennen we het bestaan ervan zelfs,
 Maar het zit inderdaad in ons, en er zijn chemicaliën die de toegang ertoe kunnen vergemakkelijken."

Alexander Shulgin ging vanaf dat moment een grootse interesse ontwikkelen in alle psycho-farmacologische middelen, maar had niet echt de mogelijkheid om zelfstandige onderzoeken uit te voeren. Pas nadat Shulgin de biologisch afbreekbare pesticide mexacarbate (Zectran) had ontwikkeld waarmee veel winst gemaakt werd, kreeg hij meer vrijheid. In het begin maakte hij nog veel middelen in opdracht voor Dow Chemical, maar na enkele publicaties in Nature en Journal of Organic Chemistry verzocht Dow Chemical om de naam van het bedrijf niet meer te vermelden.

Drug Enforcement Agency

In 1965 verliet Shulgin Dow Chemical Company, om op eigen voet verder te gaan. Hij werkte als consultant en gaf lezingen en colleges aan universiteiten. Via zijn vriend Bob Sager, hoofd van een afdeling van de laboratoria van de Amerikaanse Drug Enforcement Agency, ging Shulgin seminars houden bij de DEA. Hij voorzag de DEA van testsamples van nieuwe stoffen, en diende als expert-getuige in rechtzaken. Later schreef hij een handleiding voor de DEA: "Controlled Substances: Chemical & Legal Guide to Federal Drug Laws" (ISBN: 0-914171-50-X)

Onafhankelijk onderzoek

Schedule 1 Licentie

Alexander Shulgin kreeg van de DEA een licentie om een analytisch laboratorium op te zetten waar hij Schedule I stoffen op voorraad mocht hebben, mocht synthetiseren en onderzoeken. Shulgin zette dit laboratorium op in de schuur achter zijn huis, waardoor hij alle vrijheid en rust had om zich bezig te houden met syntheses en het testen van drugs.

Shulgin Rating Scale

Na enkele experimenten in 1960 vraagt Alexander een klein groepje vrienden om met hem stoffen te testen. Ze ontwikkelen een systematische manier om psychologische effecten te waarderen: De Shulgin Rating Scale en een bijhorende terminologie om de visuele, auditieve en fysieke ervaringen te beschrijven.

Kennismaking met MDMA

In 1967 raakte Shulgin bekend met MDMA (XTC), via een student genaamd Merrie Kleinman. Ondanks dat MDMA al sinds 1912 bekend was als bijproduct van een andere synthese, en waarvan het patent sinds 1914 in handen is van Merck, werd het altijd afgedaan als oninteressant.

Shulgin ontwikkelt daarop een nieuwe verbeterde synthesemethode, waarvoor geen patent bestond. In 1976 deelde hij zijn ontdekking met Leo Zeff, een psycholoog, welke het middel in zeer lage dosis ging toepassen in therapeutische setting. Via Zeff verspreidde het middel zich naar honderden psychologen en therapeuten, waaronder zijn toekomstige vrouw Ann.

Ann Shulgin

Alexander en Ann ontmoetten elkaar in 1979, en Ann gelooft met enthousiasme in de potentie die psychoactieven hebben voor therapie. In 1981 treden Alexander en Ann in het huwelijk.

Alexander Shulgin test honderden middelen, zowel reeds bekende als nieuw ontdekte stoffen. De meeste middelen zijn analogen van fenethylamine en tryptamine. Er zijn grote hoeveelheden variaties mogelijk op deze twee basisstructuren, elk met een iets ander effect.

PiHKAL

In 1991 brengt hij samen met zijn vrouw het boek "PiHKAL" uit, waarin de synthese en bioassays (testen van de middelen door inname) van Fenethylamines beschreven wordt. De beroemdste middelen in dit boek behoren tot de 2C-X reeks, waaronder de inmiddels veel gebruikte 2C-B en 2C-I Research Chemicals.

DEA doorzoeking

In 1994, valt de DEA het laboratorium van Shulgin binnen. Als reden geven ze de verwarrende administratie van Shulgin op: hij moet van al zijn werkzaamheden en stoffen rapporteren waar ze zijn en waar ze voor gebruikt worden. De DEA legt hem een boete van $25.000 op omdat er niet gerapporteerde middelen aanwezig zijn, en trekt Shulgins licentie in. Ondanks dat er verder geen overtredingen van de licentie aan te tonen zijn, stelt een woordvoerder van de DEA later in een verklaring:

 "It is our opinion that those books are pretty much cookbooks on how to make illegal drugs. 
 Agents tell me that in clandestine labs that they have raided, they have found copies of those books."
 "Wij zijn van mening dat de boeken eigenlijk kookboeken zijn over hoe men illegale drugs kan maken.
 Agenten vertellen mij dat ze in illegale labs vaak kopieën van Shulgin's boeken vinden."

TiHKAL

In 1997 brengt Alexander samen met Ann een vervolg op PiHKAL uit: "TiHKAL". Het boek is volgens dezelfde methode geschreven, maar omschrijft dit maal de synthese en effecten van vele tryptamines. Ook LSD en Ibogaïne, hoewel niet helemaal behorend tot tryptamines, worden in dit boek omschreven.

Operatie

Op 8 April 2008, ondergaat de 82 jaar oude Alexander Shulgin succesvol een hartklepoperatie.